10 dingen waar je niet op voorbereid was net ná de bevalling 

Na de bevalling

Hypno-birthing, zwangerschapsyoga, een info-avond in het ziekenhuis: we doen genoeg om ons voor te bereiden óp de bevalling. Ook voor de eerste maanden met je baby heb je alles in huis, van wipstoel tot speelkleed en van badje tot box. Maar, wat gebeurt er eigenlijk zodra je jouw kindje voor het eerst in je armen houdt? En de dagen daarna? 10 dingen waarop je niet voorbereid was net na de bevalling.

1. De placenta is de anticlimax.

Je weet natuurlijk van het bestaan van de placenta af en dat je baby hier voedingstoffen uit haalt. Maar dat hij er ook weer uít moet, was je even vergeten. Nadat je uren – of misschien wel dagen – hebt gezwoegd om ein-de-lijk die baby eruit te persen, word je vriendelijk verzocht “nog één keer al je krachten te verzamelen en te persen!” Krachten?! Persen?! Denk je nou echt dat er nog een sprankje energie over is in mijn lijf? Daarbij: er ligt toch een roze baby op m’n borst? Kan die placenta niet even wachten tot morgen? Nee dus. Dit is waarschijnlijk de grootste anticlimax van de bevalling: terwijl je doodop bent moet je er nog een glibberig placenta uitpersen. En als ‘ie niet komt wordt er heel hard op je buik gedrukt of moet je naar de operatiekamer. Bah!

2. Soms kan je niet plassen na de bevalling.

Je natuurlijke drang om te plassen kan zomaar verdwijnen. Ondergetekende moest aan de katheter omdat ze zelfs na het drinken van liters sinaasappelsap en water na de bevalling simpelweg niet moest plassen. Oorzaak? Blijkbaar kan de plasbuis opzwellen en minder of geen urine doorlaten. Verdwijnt overigens vanzelf. Weet je dat ook weer.

3. Help, mijn bekkenbodem is op de grond gevallen!

Nou ja, dat gebeurt niet echt, maar zo vóelt het wel. Zodra je de eerste dagen opstaat om naar de wc te schuifelen lijkt het alsof je bekkenbodem naar je enkels zakt. Wees gerust: na een paar dagen voelt dit (meestal) al veel beter.

4. Oké, wat viel er net in de wc?

Nee, je bekkenbodem zal niet in de wc vallen, maar wel: de bloedproppen. (Jep, ze zijn echt zo groot als een golfbal.) Meestal verlies je er een paar, twee of drie, in de eerste dagen na de bevalling. Gelukkig voel je er niks van en moet je maar denken: zo, daar ben ik ook weer vanaf. Doorspoelen en nooit meer achterom kijken.

5. Een nummer 2.

Ondergetekende vond het ‘poepen na de bevalling’ behoorlijk spannend, vooral in aanloop naar de bevalling. Nee, die bevalling zelf doen we wel even, maar daarna naar de wc, dát was pas eng. Viel dat even mee! Überhaupt heb je wel iets anders aan je hoofd dan je druk te maken of je al moet poepen ja of de nee, maar je lichaam heeft het slim geregeld en zorgt ervoor dat je niet meteen na de bevalling moet. Meestal pas na een paar dagen. En, verrek, het komt er gewoon uit!

6. De eerste nacht met baby is de bizarste nacht ooit.

Als je pech hebt beval je ’s avonds of ’s nachts en word je naar huis gestuurd met een baby waarvan je denkt: je bent de mooiste baby van het land, maar wát moet ik nu met je doen? Als je nog meer pech hebt kom je thuis na al een nachtje doorhalen en vind je jezelf midden in de nacht met een maxi-cosi op de o-zo-handige Isofix aansluiting waarvan je je echt niet meer kan herinneren hoe dat *piep* ding er ook alweer uit moet. Terwijl je aan de autostoel sjort kijk je naar dat kleine hummeltje dat erin ligt, met een veel te groot mutsje op, en denk je: hoe ben ik in deze situatie terechtgekomen? Gelukkig gaat ook de eerste nacht vanzelf voorbij en staat om 09.00 uur jouw reddende engel op de stoep: de kraamverzorgster. Maar even aan alle ziekenhuizen: een soort stappenplan voor de eerst nacht met je baby zou fijn zijn!

7. O ja, íedereen staat op de stoep.

Terwijl jij op je kwetsbaarst bent – van onderen ontploft, hormonaal, een báby die je lief maar ook doodeng vindt en borsten zo groot als uiers – gaat de bel. De buurvrouw! Om je te feliciteren. En daarna de overbuurvrouw. Je baas. En je nicht. En je tante die je eigenlijk nooit ziet en, en, en… het houdt niet op! Ondergetekende woont op dit moment in de VS en daar neemt iedereen kilometers afstand zodra je een baby hebt gekregen. Ook een beetje ongezellig, vooruit, maar die Nederlandse loop-de-deur-plat-traditie is wellicht ook wat overdreven.

8. De kraamverzorgster ziet alles (en dat is helemaal niet erg)

Jij waggelt rond met twee dikke maandverbanden in je broek, lekkende borsten en die bekkenbodem dus die op je enkels hangt, maar gelukkig is daar altijd iemand om op te steunen: de kraamverzorgster. Niet alleen staart ze elke ochtend naar je onderkantje, ze helpt je ook met de eerste keer douchen, stelt je gerust als je bang bent dat je baby niet goed eet en maakt ’s morgens een ontbijtje. Nooit gedacht dat je alle schaamte zo zou laten varen bij iemand.

9. Je gaat huilen, heel veel huilen

De gedachte dat je kind ooit op een fietsje naar school gaat, de kraamverzorgster die je gaat verlaten, het feit dat Patty Brard haar dochter niet meer ziet, dat sommige kindjes in weeshuizen wonen, dat de kat van de buren zoek is, of gewoon omdat het 17.00 uur is – je vindt elke dag wel een reden om te huilen. Niks tegen doen, lekker laten gaan die waterlanders.

10. Je eerste maaltijd na de bevalling is goddelijk

Of het nou een klef broodje kaas is, een saucijzenbroodje of sushi: alles na de bevalling smaakt alsof het rechtstreeks van Sergio Herman himself komt.

Wat vond jij het meest ‘verrassend’ net na de bevalling?

2 Comments

  • Reply
    Anouk
    27 november 2019 at 18:55

    Genoten van deze blog! Zoooooooo herkenbaar! Dankjewel!

    • Reply
      Redactie
      28 november 2019 at 09:37

      Wat leuk om te horen!

    laat hier je reactie achter!