5 redenen waarom het best fijn is als je kindje één wordt

Waarschuwing: zit jij immer op een roze wolk met je baby, en heb je geen trek in een portie sarcasme? Pak dan een kop thee en ga iets anders doen. Ondergetekende vindt haar kind namelijk helemaal het einde, maar dat eerste jaar had wat haar betreft wat sneller mogen gaan. En wel hierom. 

  1. Het slapen

Of liever het gebrek eraan. Nee, serieus, slaaptekort is a b*tch. Van jouw sprankelende zelf is een na een paar weken vol gebroken nacht weinig meer over. Hallo, grauwsluier. Je probeert er positief onder te blijven, want iedereen zegt dat het een fase is, maar wat ben je móe. Je hoort andere moeders dingen zeggen als ‘die van mij sliep door nadat we een papfles gaven’, ‘die van mij sliep door toen hij zes maanden was’, ‘die van mij sliep meteen de héle nacht door in deze magische slaapzak met doorslaap-toverstof’. Met een duf gevoel sleep jij je van mijlpaal naar mijlpaal maar helaas, beter wordt het niet. Je slaapt in blokjes van drie uur, soms tweeënhalf, soms een uurtje, en ’s morgens zeg je tegen elkaar dat het best allemaal gaat. Totdat je eindelijk wél gaat doorslapen en je opeens echt niet meer begrijpt hoe je dit zo lang volgehouden hebt.

  1. Al die sprongetjes en regeldagen

Of je nou een acute bultjesallergie krijgt van het woord ‘sprongetje’ of niet, je ontkomt er het eerste jaar niet aan. Het zit er namelijk vól mee, met sprongetjes en ‘ik ga het vandaag eens even hélemaal anders doen’ regeldagen. De 3-weken regeldag, de 9-weken regeldag, het 12-weken sprongetje, de vier-maanden sprong die vier (!) weken duurt, de 16-weken slaapregressie, de 8-maanden slaapregressie… Het maakt niet uit wanneer je op je babykalender kijkt, het is altijd prijs. Het zijn zo’n acht sprongetjes, verdeeld over het eerste jaar, die soms per stuk wel een week of vier kunnen duren. Reken dus maar uit hoeveel dagen je kind géén donderwolk boven z’n hoofdje heeft.

  1. ‘Het ligt vast allemaal aan mij als ouder’ syndroom

 Heb je een slechte slaper? (Zie ook punt één.) Echt, na het eerste jaar zal je terugkijken en denken: oké, het lag echt niet aan mij. Gewoon dikke pech. Want graag steek ik hier even alle ouders met een slecht slapende baby een héél groot hart onder de riem: het ligt niet aan jou. Opmerkingen van mensen met een baby die al vanaf dag één acht uur doorslaapt en zeggen dat ze als ouders dan ook ‘heel relaxt’ zijn met de baby, of een héél goed schema hebben, moet je een beetje langs je heen laten gaan (lastig, ik weet het). Je kunt alleen maar ’s nachts, als jij weer ’s wakker bent, héél stiekem hopen dat hun voorbeeldbaby straks als peuter elke nacht de boel op stelten zet, of dat hun tweede baby opeens toch iets meer ‘temperament’ blijkt te hebben – terwijl ze echt alles hetzelfde doen. Wat gék! Voor eens en voor altijd: als je bent gezegend met een doorslaapbaby heb je gewoon geluk. En dat is je gegund, heus, maar houd het lekker voor jezelf en val vooral een vermoeide vriendin of collega er niet mee lastig. Loop liever even naar de Starbucks en koop een giga grote triple shot latte voor haar.

  1. Ze kunnen niet praten

Wat enorme opluchting ervaar je zodra je dreumes voor het eerst gaat wijzen, of zelfs woordjes gaat zeggen. ‘Au’, ‘water’, ‘hapje’ – eindelijk kan hij je zelf vertellen welke basale dingen hij nodig heeft om in leven te blijven. Je hoeft ook nooit meer bang te zijn dat als jij de deur uit bent, papa vergeet dat de dreumes ook moet eten, want hij kan er nu zelf om vragen.

  1. Je hebt het gewoon meer in de vingers na één jaar, dat hele ouderschap

Vind je over het algemeen ook niet dat alles waar je net aan begint, eigenlijk vreselijk is? Je eerste echte kus, je eerste rijles, je eerste weken van je nieuwe baan, de allereerste yogales (slopend) – het waren allemaal niet per se de mooiste momenten uit je leven, of wel? Zo is het ook met het ouderschap: het wordt pas na een tijdje echt leuk. Na het eerste jaar heb je opeens zo’n gevoel van ‘hé, ja, ik kan dit gewoon’. Houd dit vast. (Want je kunt het goed gebruiken als de peuterpuberteit aanbreekt.)

(PS: En dan hebben we het nog even niet over de lekkende borsten, gierende hormonen, huilbuien, alle dagen waarop je constant met een draagzak van de ene hoek naar de andere hoek van de kamer hobbelt, of over je haar dat van een enorme bos uitvalt tot een zielige verzameling sprietjes – maar daar staan dan wel de eerste glimlach, de eerste keer omdraaien, de eerste keer kruipen, en de eerste echte harde schaterlach tegenover.)

2 Comments

  • Reply
    Kimberley
    26 juni 2018 at 13:50

    Haha fantastisch en zo herkenbaar!

  • Reply
    Denisd
    5 juli 2018 at 19:55

    Heerlijk! Eindelijk een realistische en herkenbare blog! Ik begrijp ook niet hoeveel mensen er zo snel nog een kleine achteraan willen, hoe dan?!! Mijn kleine is 2+ en ik ben voor mijn gevoel nog aan het bijkomen van het eerste jaar! Voorlopig nog geen broertje of zusje!

  • laat hier je reactie achter!